Vogels in de tuin
In een tuin met oude bomen, snoeihout, rommelige plekjes en dichte struiken vinden merel, roodborst, heggemus en winterkoning makkelijk een plek om een nestje te maken. Zorg ook voor voldoende eten in uw tuin. Merel en zanglijster zijn gek op bessen en ander fruit. Zaadetende vogels eten graag de zaadjes van planten als klis, distel, kaardebol en zonnebloem of zaden van bomen.
 
Kool- en pimpelmees kunt u helpen door een nestkast op te hangen op een redelijk beschaduwde plek in de buurt van struiken en met het vlieggat liefst op het zuidoosten. Hang het nestje op minimaal 2 meter hoogte en zorg dat de kat er niet bij kan. De doorsnede van het vlieggat bepaalt welke vogel er gaat broeden! De vliegopening (25-28mm) voor een pimpelmees is kleiner dan die van een koolmees (30-32mm). Een goed nestkastje kunt u als voor minder dan 15 euro bij Vogelbescherming www.vogelbescherming.nl te Zeist bestellen! Ook kunt u denken aan een zogenaamd “mussenhotel” aan de muur of gierzwaluwdakpannen.
 
In de winter trekt u vogels makkelijk naar uw tuin. Merel, zanglijster en de koperwiek uit Scandinavië kunt u appels, peren of rozijnen geven. Mezen, mussen, vink en groenling, vetbollen, pinda's en zaadjes.
 
Voor het roodborstje kunt u wat geraspte kaas neerleggen en voor de grote bonte specht kunt u spekzwoerd ophangen. Ook kunt u zelfs wat katten- of hondenvoer uit blik neerleggen, broodstukjes of ongekookte havermout. Gekookte aardappelen of rijst (zonder zout gekookt) gaan er ook graag in.